ZOEKEN

Staatssecretaris De Bleeker reageert op Rekenhof: “Uitdagingen zijn inderdaad groot”

Voor het eerst in twee jaar ligt er terug een volwaardige begroting in het parlement. De regering in lopende zaken en crisisregering kon enkel werken met voorlopige twaalfden. Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker is meteen na haar aanstelling aan de slag gegaan om nog dit jaar een begroting voor te leggen aan het parlement. Dat is ook gelukt. Zoals dat gebruikelijk is, heeft het Rekenhof de begroting grondig nagekeken. 

Het resultaat daarvan is een gedetailleerde analyse van de ingediende begroting 2021 en ook van het meerjarig kader. Vandaag heeft het Rekenhof haar opmerkingen toegelicht in het parlement. Het Rekenhof toont begrip voor de uitzonderlijke situatie waarin we ons bevinden. Ze waarschuwt terecht voor de risico’s die deze situatie met zich meebrengt voor alle ramingen die de regering gebruikt. Daarnaast heeft het Rekenhof vragen rond de impact van bepaalde maatregelen, vooral omdat niet elke maatregel al in detail is uitgewerkt en het Hof daarom de impact nog niet kan inschatten.  

Het Rekenhof bevestigt ook een aantal cruciale zaken die de regering opnam in haar begroting.  Zo stelt het Hof dat de overheidsschuld op dit moment nog altijd houdbaar is en dat ook blijft op middellange termijn. De manier waarop de federale overheid haar organiek investeringsfonds organiseert, kan het Rekenhof smaken omdat het de controle op het effectief gebruik van de bedragen vergemakkelijkt. Ook de budgettaire inspanning van 1,3 miljard van dit jaar beantwoordt aan de verwachtingen. Bij het Rekenhof is men ook tevreden dat de regering geen veelvuldig gebruik meer maakt van zogenaamde ruiters. Dat is een manier om middelen over de begrotingsjaren heen in te zetten en dus moeilijk te verrekenen is in een bepaald jaar, wat het toezicht erop bemoeilijkt. 

Tot slot heeft het Rekenhof ook een aantal opmerkingen geformuleerd die de begroting nog extra budgettaire marge geven. Zo zou de spilindex nog een maand later worden overschreden dan verwacht in de begroting, wat resulteert in 40 miljoen minder uitgaven. Er is ook nog geen rekening gehouden met de inkomsten uit de veiling van de C02-emissierechten. In 2019 bedroeg het federale aandeel zo’n 32 miljoen.  

Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker dankt het Rekenhof voor haar deskundig rapport. Er staan voor haar geen verrassingen in het rapport. De Bleeker antwoordde al eerder in de commissie Financiën dat de onzekere economische toestand er de regering toe zal nopen om continu de evolutie van de cijfers in het oog te houden en de begroting bij te sturen wanneer nodig. 

Zo’n eerste evaluatiemoment is al voorzien in maart 2021. Op dat moment zal er een begrotingscontrole 2021 plaatsvinden. Tijdens die begrotingscontrole zullen ook meteen een aantal maatregelen verfijnd zijn, waardoor de regering ook aan de opmerkingen van het Rekenhof kan tegemoetkomen.   

Staatssecretaris De Bleeker: “De expertise van het Rekenhof is welkom in deze onzekere tijden. Het rapport zegt ons wat we al langer weten. De uitdagingen zijn gigantisch. We gaan continu moeten monitoren en bijsturen. Het is een hele prestatie dat we anderhalve maand na de regeerverklaring een begroting kunnen voorleggen. Maar we beseffen inderdaad dat er nog bijzonder veel werk op de plank ligt. Maatregelen moeten verder verfijnd worden. Als Staatssecretaris voor Begroting zal ik mijn collega’s blijven aansporen om dat te doen en al hun budgettaire engagementen ook effectief na te komen.”   

Specifieke aandachtspunten 

Het Rekenhof maakte in haar rapport bedenkingen bij de geraamde opbrengst van de effectentaks van 398 miljoen. Volgens staatssecretaris De Bleeker mag er niet vergeten worden dat er door het snelle werk van minister van Financiën Vincent Van Peteghem de taks een jaar vroeger in gaat dan oorspronkelijk gepland. 

Tijdens het debat werd er door Kamerleden de opmerking gemaakt dat de economische cijfers reeds voorbijgestreefd zijn door de tweede golf van het coronavirus en de bijhorende lockdown. Die bedenking staat ook echter in de toelichting van de begrotingswet zelf. De regering heeft op het moment dat ze de begroting aan het opstellen was rekening gehouden met de meest recente cijfers van het Federaal Planbureau. Telkens als er nieuwe cijfers zijn, zal er gezien worden waar bijsturingen nodig zijn. 

In de begrotingsdocumenten is ook een meerjarenkader opgenomen. Hoewel Europa dat momenteel niet verplicht, heeft de regering er toch voor gekozen om het meerjarenkader tot 2024 te geven. Door het korte tijdbestek van anderhalve maand zijn de jaren 2022, 2023 en 2024 nog niet tot in het uiterste detail uitgewerkt. De nieuwe regering werkt daar momenteel volop aan verder. Zo wordt er bijvoorbeeld nog volop gewerkt aan het actieplan rond fraudebestrijding.  

Het Rekenhof wijst ook op het globale plaatje. Na alle overdrachten en dotaties aan onder meer de sociale zekerheid, gewesten en gemeenschappen resteren er nog maar weinig eigen middelen waarover de federale overheid kan beslissen en beschikken. Volgens het Rekenhof is dat bijzonder weinig marge om grote inspanningen te doen. Het Rekenhof merkt op dat ondertussen 39,67% van de ontvangsten van de sociale zekerheid toelagen zijn van de federale overheid en nog maar voor 55,82% afkomstig van sociale zekerheidsbijdragen zelf.