ZOEKEN

Reactie staatssecretaris De Bleeker monitoringcomité

Staatssecretaris De Bleeker laat weten dat de positievere begrotingsinschattingen voor 2021/2022, die blijken uit het verslag van het monitoringcomité vandaag, hoopgevend zijn. Die positieve situatie moeten we aangrijpen. De Bleeker wijst op de extra inspanningen en hervormingen, vastgelegd in het regeerakkoord, om het tekort van de overheid terug te dringen. Hoe sneller we dat doen, hoe beter.

De cijfers die het monitoringcomité vandaag publiceerde, vormen de basis voor het begrotingsconclaaf begin volgende maand. Zoals verwacht hebben de positievere groeivooruitzichten voor 2021/2022 een gunstige invloed op het tekort van entiteit I, dat intussen wordt geraamd op zo’n 26,5 miljard in 2021, een verbetering van 1,8 miljard ten opzichte van de vorige cijfers in juli. Het tekort van 2022 wordt momenteel geraamd op 16,7 miljard, wat een verbetering van 1,3 miljard inhoudt.

Die verbeteringen zijn voornamelijk te wijten aan een stijging van de inkomsten van de federale overheid en van de sociale zekerheid. Die verbeteren omdat het herstel zich snel aan het voltrekken is. Een bijkomend effect daarvan is dat de schuldgraad van de gezamenlijke overheid intussen niet meer is gestegen.

Dat de cijfers de goede richting uitgaan is dus, op zich, hoopgevend. Volgens staatssecretaris voor begroting Eva De Bleeker moeten daar echter een aantal belangrijke opmerkingen bij gemaakt worden.

Om te beginnen moeten de hogere groeicijfers, de bijhorende verbetering van het begrotingstekort en de tijdelijke schuldstabilisatie gezien worden tegen de achtergrond van het economisch herstel. Dat herstel gaat vlugger dan verwacht. Er wordt nu verwacht dat we eind 2021 reeds het niveau van voor de gezondheidscrisis zullen halen. Dat is uiteraard goed nieuws, maar het is vooral belangrijk om te kijken wat daarna gebeurt. Op lange termijn is het namelijk af te wachten of er na het economische herstel een periode van hoge economische groei komt. Of zal de groei snel terug naar een normaal ritme evolueren?

De Bleeker gaat er veiligheidshalve van uit dat hoe sneller het herstel zich zal voltrekken, hoe sneller het ritme van de groei zich zal gaan normaliseren. Daaruit volgen twee belangrijke conclusies.

Eerst en vooral is de huidige groei niet voldoende om het tekort, dat reeds voor corona bestond, te dichten. Er zullen dus maatregelen moeten worden genomen om hogere groeicijfers te bekomen. De beste manier om dat te doen is volgens De Bleeker door het creëren van zuurstof voor ondernemers. Vandaag worden die vooral geconfronteerd met grote tekorten op de arbeidsmarkt. Als te veel vacatures te lang niet ingevuld worden, kan dat een rem zijn op de economische groei. Een grondige hervorming van de arbeidsmarkt dringt zich daarom op. Daarnaast moet de focus van lopende uitgaven verlegd worden naar investeringsuitgaven waar een duidelijke en realistische rendementsverwachting bij hoort.

Ten tweede is het ook zo dat de opportuniteit om extra inspanningen te doen, zich vooral nu voordoet. Als de forse economische groei terug afzwakt of de rentevoeten zouden oplopen, wordt het net moeilijker. Bovendien kan je elke begrotingsinspanning die je nu doet, meenemen naar de volgende jaren. Elke euro die nu wordt uitgespaard, is namelijk een euro die niet bij de staatsschuld terecht komt.  Volgens De Bleeker is het daarom aangewezen om de huidige positieve situatie vandaag aan te grijpen en op die manier zo snel mogelijk een groot aantal stappen in de goede richting te zetten.

“Deze cijfers bevestigen dat vandaag het uitgelezen moment is om, naast de vaste inspanning van 0.2%, te starten met variabele inspanningen. De concrete uitwerking daarvan zal bepaald worden tijdens het begrotingsconclaaf maar ik blijf erbij dat we het ijzer moeten smeden als het heet is. Hoe sneller het economische herstel er namelijk komt, hoe sneller de normale groei kan worden bewerkstelligd. We moeten er alles aan doen om onze staatsschuld te stabiliseren. Binnen dat verhaal blijft het cruciaal om de uitdagingen die voor ons liggen, aan te pakken en de nodige hervormingen door te voeren. Elke inspanning die vandaag wordt gedaan, moet in de toekomst niet meer gebeuren.”