ZOEKEN

De Bleeker pleit voor herziening richtlijn pakketreizen

Op de informele Europese top over consumentenbescherming pleitte staatssecretaris Eva De Bleeker om de Europese richtlijn op de pakketreizen te herzien. Volgens De Bleeker heeft de COVID-crisis de zwakke punten van deze richtlijn verder blootgelegd. Waar organisatoren van pakketreizen verplicht verzekerd zijn tegen insolventie, en dus een goede bescherming bieden aan hun klanten, zijn aanbieders van aparte reisdiensten dat niet. Ook het feit dat een waardebon niet onder de insolventiebescherming valt, is een probleem. Daarnaast kwam de relatie tussen reisorganisatoren en reisdienstverleners aan bod, alsook de makkelijkere toegang van reisorganisatoren tot insolventieverzekering. 

De COVID-crisis heeft de reis- en toerismesector bijzonder hard geraakt. Reizen was op veel momenten onmogelijk. Recreatieve verplaatsingen werden afgeraden en zelfs verboden. Landen deden hun grenzen dicht. Internationaal verkeer kon enkel in heel specifieke situaties. In toeristische centra moesten bezienswaardigheden de deuren sluiten. Miljoenen reizen werden geannuleerd. Vele klanten wilden uiteraard hun geld terug en dat gaf veel financiële druk op de reisorganisatoren. Die hadden het dan ook bijzonder moeilijk om ervoor te zorgen dat ze hun klanten konden tevreden houden en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen.  

Vooral voor de organisatoren van pakketreizen zijn er heel wat van die verplichtingen. Deze crisis heeft op dat vlak heel wat zwakke punten van de Europese richtlijn op pakketreizen verder blootgelegd. Om die reden heeft staatssecretaris voor Consumentenbescherming Eva De Bleeker op de informele Europese top over consumentenbescherming onder het Frans voorzitterschap een pleidooi gehouden om deze richtlijn grondig te herzien. De Bleeker ziet een aantal duidelijke problemen met de huidige richtlijn. 

Er is het probleem van de ongelijke behandeling. Waar organisatoren van pakketreizen verplicht verzekerd zijn tegen insolventie, en dus een goede bescherming bieden aan hun klanten, zijn aanbieders van aparte reisdiensten dat niet. Het reiskantoor dat bijvoorbeeld een reis met vervoer en verblijf samenstelt voor een klant, moet zich verzekeren tegen insolventie. Wie aparte reisdiensten zoals een vlucht aanbiedt, moet dat niet.

De consument schat het verschil tussen een pakketreis en individueel geboekte onderdelen niet altijd juist in en begrijpt dan ook het verschil in bescherming niet altijd. De Bleeker denkt dat het verstandig en goed zou zijn om een verplichte bescherming in te voeren voor het geval een reisdienstverlener zoals bv een vliegtuigmaatschappij of ferrydienst insolvent wordt. Volgens De Bleeker is het Europese niveau daarvoor het meest geschikt. 

De richtlijn heeft enkele gebreken. Want het is niet omdat de reisorganisator verzekerd is, dat elke betaling van een klant an sich verzekerd is. Wanneer een pakketreis geannuleerd wordt, is er namelijk een periode waarin het betaalde geld niet verzekerd is. De betaalde reissom heeft geen specifieke bescherming zodra de pakketreis geannuleerd wordt als gevolg van bv. covidmaatregelen en komt dus in geval van een navolgend faillissement gewoon in de grote pot terecht waarop schuldeisers hun rechten willen doen gelden.  Hetzelfde probleem bestaat wanneer er een waardebon is gegeven in plaats van de geannuleerde reis. Dat is volgens De Bleeker gemakkelijk te verhelpen door in de richtlijn alle betalingen van klanten te laten beschermen door de insolventiebescherming.   

De Bleeker had in haar boodschap aan haar Europese collega’s ook bijzondere aandacht voor de positie van reisorganisatoren ten opzichte van andere en vaak grotere bedrijven, zoals de leveranciers van reisdiensten. Vandaag is de band tussen klant en reisorganisator geregeld. De band tussen reisorganisator en, bijvoorbeeld, een luchtvaartmaatschappij is dat niet. Nochtans, als die laatste vlot en tijdig terugbetaalt aan de reisorganisator, zal de klant ook vaak sneller zijn geld terugzien. De Bleeker stelde dat hiervoor best specifieke regelgeving moet komen. 

Tot slot kwam ook de relatie tussen reisorganisatoren en verzekeringsmaatschappijen aan bod. Je kan verzekeringsverplichtingen invoeren, maar reisorganisatoren moeten natuurlijk wel daadwerkelijk aanbieders van verzekeringen hebben en zich er op objectieve wijze ook bij kunnen aansluiten. Om die reden is De Bleeker al bezig met een herziening van het Belgische insolventiebeschermingssysteem. Ze ziet op dat vlak meer heil in een Europees garantiefondsdeeloplossing van de herverzekering. Op die manier kan er gezorgd worden dat meer verzekeringsmaatschappijen toetreden op de markt van de reissector. Zodoende zal de concurrentie en het aanbod groter worden, wat ten voordele van de consument zal zijn. 

Staatssecretaris De Bleeker: “De coronacrisis heeft nog eens duidelijk gemaakt dat de Europese regels die van toepassing zijn op de pakketreizen, efficiënter moeten. Ik heb daarom bij de Eurocommissaris en mijn Europese collega’s een duidelijk pleidooi gehouden om deze Europese regels te herzien. Niet alleen om ervoor te zorgen dat onze reizigers de beste bescherming genieten, maar ook omdat onze reiskantoren een duidelijk en eerlijk kader moeten hebben waarbinnen ze kunnen ondernemen.”