ZOEKEN

De Bleeker legt budgettair stabiliteitsprogramma vast samen met regio’s

Het overlegcomité besliste vandaag over het stabiliteitsprogramma dat zal worden ingediend bij de Europese Commissie. De federale overheid zal de komende jaren een begrotingsinspanning van in totaal 1,4% van het BBP leveren maar zal bij elke begrotingsopmaak kijken of bijkomende inspanningen mogelijk zijn. De gefedereerde entiteiten zullen gezamenlijk een inspanning doen van 0,21% van het BBP. Dat moet toelaten de tekorten stelselmatig terug te dringen en de staatsschuld beheersbaar te houden. 

Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker zal vanavond samen met de Minister van Financiën Vincent Van Peteghem het stabiliteitsprogramma indienen bij de Europese Commissie. Het stabiliteitsprogramma bevat het budgettair traject dat alle overheden in ons land voorzien voor de komende jaren. Het Europees Begrotingskader stelt dat lidstaten hun staatsschuld onder de 60% BBP moeten houden en hun begrotingstekort moeten beperken tot 3% BBP. 

Door de coronapandemie heeft de Europese Commissie de zogenaamde General Escape Clause geactiveerd. Dat houdt in dat bovenstaande begrotingsregels in 2020 en 2021 opgeschort werden, en de Europese Commissie de Lidstaten aanmoedigde de noodzakelijk maatregelen te nemen om de pandemie te bedwingen en de impact op de economie te beperken. Ook in 2022 zullen de normale regels wellicht nog niet van toepassing zijn. Maar de Commissie is duidelijk dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op middellange termijn niet in gevaar mag worden gebracht, het is dus belangrijk dat er wordt gewerkt aan een structureel verbeteringstraject. De Hoge Raad van Financiën bracht in die zin een advies uit op 12 april. Dat is nodig om de staatsschuld van ons land, die reeds voor corona hoog was en door corona alleen nog maar hoger is geworden, beheersbaar te houden. 

Hoewel het de federale overheid is die de het stabiliteitsprogramma indient, kijkt de Europese Commissie naar de begrotingscijfers van alle overheden samen, ofwel de gezamenlijke overheid. Om die reden lag er vandaag op het Overlegcomité de verdeling van de inspanningen tussen enerzijds de federale overheid en anderzijds de gefedereerde entiteiten voor.  

Entiteit I: De federale overheid en de sociale zekerheid 

De federale overheid houdt vast aan haar regeerakkoord. Zoals toegelicht tijdens de regeerverklaring doet de federale overheid vanaf 2021 jaarlijks een vaste inspanning van 0,2% van het BBP. In 2021 komt dat overeen met ongeveer een miljard euro. In de periode 2021-2024 komt dat dus neer op een inspanning van 0,8% van het BBP. Daarnaast zal er een extra variabele inspanning worden geleverd die afhankelijk is van de economische groei en het economisch herstel. In het basisscenario werd deze variabele inspanning geraamd op nog eens jaarlijks 0,2% van het BBP. Omdat de Belgische economie in 2021 nog niet voldoende kan herstellen, werd afgesproken om deze variabele inspanning vanaf 2022 te leveren. Dit komt neer op 0,6% van het BBP van 2022 tot 2024. In totaal gaat het dus om een inspanning van 1,4%. 

De inspanning is variabel in die zin dat ze ook hoger kan liggen als de economische toestand dat toelaat. Bij elke begrotingsopmaak zal de federale regering kijken naar de economische cijfers. Wanneer er economisch meer kan, kunnen er ook extra inspanningen gedaan worden.   

Gegeven de wisselende economische omstandigheden en omdat de federale overheid daarom nog niet kan vooruitlopen op die begrotingsopmaken, heeft de federale regering het basisscenario opgenomen in het stabiliteitsprogramma (voor de federale overheid en de sociale zekerheid). De Europese Commissie kan trouwens in principe ook alleen maar rekening houden met de inspanningen die effectief ingeschreven staan en niet met eventuele grotere variabele inspanningen. 

Entiteit II: De gemeenschappen en gewesten 

Uit het overleg tussen de overheden is gebleken dat in deze onzekere tijden het moeilijk is om exacte begrotingstrajecten naar voor te schuiven, gelet op de continu veranderende sanitaire situatie en de onduidelijkheid van de pandemie op onze economische groei in de komende jaren.  

In haar advies schoof de Hoge Raad van Financiën ook een verdeelsleutel naar voor om de inspanning te verdelen tussen Entiteit I en Entiteit II. Die verdeelsleutel legt 75% van de inspanning bij Entiteit I, ofwel de federale overheid en de sociale zekerheid. De resterende 25% wordt gelegd bij Entiteit II, de gemeenschappen en gewesten. Om aan de resterende 25% te komen wordt de indicatieve gezamenlijke  inspanning van Entiteit II  vastgelegd op 0,07% van het BBP.   

Eindplaatje 

Niettegenstaande de grote onzekerheid over het budgettaire plaatje in 2021 en komende jaren zijn alle overheidsniveaus zich bewust van het belang om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te garanderen.  

In totaal komt de gezamenlijke structurele inspanning van alle entiteiten (en dus alle overheden) op jaarlijks 0,47% van het BBP ofwel zo’n 1,41% over drie jaren. Deze inspanning wordt los gezien van de niet-structurele en dus tijdelijke uitgaven in de strijd tegen het coronavirus.  

In de tabel van het stabiliteitsprogramma die aan Europa bezorgd wordt, worden de structurele inspanning en de verbetering van het wegvallen van de niet-structurele uitgaven in de strijd tegen het coronavirus wel bij elkaar opgeteld. De Europese Commissie heeft gevraagd om deze wel op te nemen. Hierdoor is er dus in 2022 sowieso een forse verbetering van het vorderingensaldo ten opzichte van 2021 vanwege het wegvallen van de tijdelijke corona-uitgaven. 

Niettegenstaande dat de corona-uitgaven wegvallen, zijn er natuurlijk andere uitdagingen die weer de kop opsteken. Zo tonen de cijfers een verslechtering onder invloed van onder meer de vergrijzing. Dit heeft ook een impact op de gezamenlijke structurele inspanning van jaarlijks 0,47%.  

Staatsschuld 

Zoals gezegd, is de belangrijkste reden waarom er inspanningen moeten gebeuren, het beheersbaar houden van de staatsschuld. Algemeen wordt er gesteld dat 120% van het BBP een drempelwaarde is voor de staatsschuld. Staatssecretaris De Bleeker wil alles op alles zetten om te voorkomen dat onze staatsschuld die drempel zou overschrijden en de rentelasten op de staatsschuld zouden ontsporen.  

Met de inspanning die de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten plannen te leveren, zal men daar volgens de prognoses ook in slagen. De staatsschuld zal in 2024 zo’n 117,4% van het BBP bedragen. 

Verantwoordelijkheid nemen in bijzonder moeilijke omstandigheden 

Corona hakt zwaar in op de overheidsfinanciën, die al in moeilijke omstandigheden verkeerden na de val van de regering Michel eind 2018. Hoewel de Europese Commissie de “general escape clause” heeft geactiveerd voor 2021, is er nog geen standpunt ingenomen voor 2022. De federale overheid neemt het initiatief haar structureel tekort terug te dringen in lijn met het regeerakkoord.  Dat is absoluut nodig om de staatsschuld beheersbaar te houden en ervoor te zorgen dat ons land de uitdaging van de vergrijzing kan aangaan. De federale overheid zal vanavond een stabiliteitsprogramma indienen bij de Europese Commissie dat eerste belangrijke stappen zet in die richting.  Niettegenstaande dat dit al inspanningen vraagt, zal er bij elke begrotingscontrole gekeken worden of een nog grotere inspanning mogelijk is. 

Staatssecretaris De Bleeker: “We blijven alles uit de kast halen om deze crisis te bestrijden. Hoewel dat allerminst evident is en de Europese Commissie het nog niet eist, doen we tegelijkertijd inspanningen om het onderliggend structureel begrotingstekort terug te dringen. We houden vast aan het traject dat we hebben afgesproken om onze overheid zuiniger en efficiënter te maken. Omdat de uitdagingen zo groot zijn, zullen we bij iedere begrotingsopmaak kijken aan de hand van de economische cijfers of nog grotere inspanningen kunnen.”