ZOEKEN

De Bleeker dient budgettair stabiliteitsprogramma in bij Europa

Het stabiliteitsprogramma voor 2022 wordt vandaag ingediend bij de Europese Commissie. De federale overheid zal de komende jaren een bijkomende variabele begrotingsinspanning van 0,2% van het BBP leveren, en zal bij elke begrotingsopmaak kijken of bijkomende inspanningen mogelijk zijn. Het overheidstekort van de federale overheid en de sociale zekerheid zou zo worden teruggebracht naar 2,2% bbp in 2025. Voor de gefedereerde entiteiten heeft de federale overheid een gelijkaardige inspanning voorgesteld wat hun tekort zou terugbrengen naar 0,5% bbp in 2025. Dat moet toelaten de tekorten stelselmatig terug te dringen en de staatsschuld beheersbaar te houden. 

Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker zal vanavond samen met de Minister van Financiën Vincent Van Peteghem het stabiliteitsprogramma indienen bij de Europese Commissie. Het stabiliteitsprogramma bevat het budgettair traject dat alle overheden in ons land voorzien voor de komende jaren. Het Europees Begrotingskader stelt dat lidstaten hun staatsschuld onder de 60% BBP moeten houden en hun begrotingstekort moeten beperken tot 3% BBP. 

Door de coronapandemie heeft de Europese Commissie de zogenaamde General Escape Clause geactiveerd. Dat houdt in dat bovenstaande begrotingsregels sinds 2020 opgeschort werden, en de Europese Commissie de Lidstaten aanmoedigde de noodzakelijk maatregelen te nemen om de pandemie te bedwingen en de impact op de economie te beperken. Ook voor 2022 activeerde de commissie de ontsnappingsclausule. De commissie zal pas in de loop van de maand mei verder verduidelijken welke regels in 2023 van toepassing zullen zijn.  

Maar de Commissie is wel duidelijk dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op middellange termijn niet in gevaar mag worden gebracht, het is dus belangrijk dat er wordt gewerkt aan een structureel verbeteringstraject. De Hoge Raad van Financiën bracht in die zin een advies uit op 9 april. Dat is nodig om de staatsschuld van ons land, die reeds voor corona hoog was en door corona alleen nog maar hoger is geworden, beheersbaar te houden.

Hoewel het de federale overheid is die het stabiliteitsprogramma indient, kijkt de Europese Commissie naar de begrotingscijfers van alle overheden samen, ofwel de gezamenlijke overheid. Om die reden lag er vandaag op het Overlegcomité de verdeling van de inspanningen tussen enerzijds de federale overheid en anderzijds de gefedereerde entiteiten voor.

Entiteit I: De federale overheid en de sociale zekerheid 

De federale regering houdt net zoals vorig jaar vast aan haar regeerakkoord. Zoals toegelicht tijdens de regeerverklaring doet de federale overheid vanaf 2021 jaarlijks een vaste inspanning van 0,2% van het BBP. In 2021 komt dat overeen met ongeveer een miljard euro. In de periode 2021-2024 komt dat dus neer op een inspanning van 0,8% van het BBP. Daarnaast zal er een extra variabele inspanning worden geleverd die afhankelijk is van de economische groei en het economisch herstel. In het basisscenario werd deze variabele inspanning geraamd op nog eens jaarlijks 0,2% van het BBP. 

Omdat men er op basis van toenmalige prognoses vanuit ging dat de Belgische economie in 2021 nog niet voldoende hersteld zou zijn, werd afgesproken om deze variabele inspanning vanaf 2022 te leveren. Dat gebeurde ook effectief bij de begrotingsopmaak van 2022.  

Het basistraject van die variabele inspanning (drie jaar een inspanning van 0,2%) komt neer op 0,6% van het BBP van 2022 tot 2024. In combinatie met 4 jaar een inspanning van 0,2% gaat het dus om een inspanning van 1,4%. 

De variabele inspanning is variabel in die zin dat ze ook hoger kan liggen als de economische toestand dat toelaat. Bij elke begrotingsopmaak zal de federale regering kijken naar de economische cijfers. Wanneer er economisch meer kan, kunnen er ook extra inspanningen gedaan worden. Zo werd er bij de begrotingsopmaak 2022 een variabele inspanning van 0,3% beslist.  

Gegeven de situatie in Oekraïne, de wisselende economische omstandigheden en omdat de federale overheid daarom nog niet kan vooruitlopen op die begrotingsopmaken, heeft de federale regering het basisscenario opgenomen in het stabiliteitsprogramma (voor de federale overheid en de sociale zekerheid). Dit betekent een bijkomende variabele inspanning van jaarlijks 0,2% bbp tussen 2023 en 2025.

Entiteit II: De gemeenschappen en gewesten 

Voor de bepaling van het traject van de gemeenschappen en gewesten werd de voorbije weken overleg georganiseerd. Uit dit overleg tussen de overheden is gebleken dat in deze onzekere tijden het moeilijk is om individuele begrotingstrajecten naar voor te schuiven.  

In haar advies van vorig jaar schoof de Hoge Raad van Financiën ook een verdeelsleutel naar voor om de inspanning te verdelen tussen Entiteit I en Entiteit II. Die verdeelsleutel legt 74% van de inspanning bij Entiteit I, ofwel de federale overheid en de sociale zekerheid. De resterende 26% wordt gelegd bij Entiteit II, de gemeenschappen en gewesten. De federale overheid gebruikte reeds vorig jaar, bij het vorige stabiliteitsprogramma, al het advies van de Hoge Raad van Financiën van de 26% om te komen tot een indicatieve gezamenlijke inspanning van Entiteit II, met name een bijkomende variabele inspanning vastgelegd op 0,07% van het BBP. Ook in het stabiliteitsprogramma van dit jaar houdt de federale overheid deze verdeelsleutel aan in haar voorstel van traject aan de regio’s. 

De gemeenschappen en gewesten hebben tijdens het overlegcomité akte genomen van dit door de federale overheid voorgestelde traject.   

Eindplaatje 

Niettegenstaande de grote onzekerheid over het budgettaire plaatje in 2022 en komende jaren zijn alle overheidsniveaus zich bewust van het belang om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te garanderen.  

Op basis van het voorgestelde inspanningen zou tegen 2025 het tekort onder de 3%-grens zakken. Dat is te danken aan de inspanningen die de overheden zullen leveren, maar een bijkomende reden is dat de economische groei herstel sterker is geweest gedacht. Op dat vlak is er dus ook een stevige verbetering ten opzichte van het stabiliteitsprogramma dat de federale overheid vorig jaar indiende. 


Niettegenstaande dat de tijdelijke corona-uitgaven of uitgaven wegens de oorlog in Oekraïne wegvallen, zijn er natuurlijk andere uitdagingen die weer de kop opsteken. Zo tonen de cijfers een verslechtering onder invloed van onder meer de vergrijzing. Dit heeft ook een impact op de voorgestelde gezamenlijke structurele inspanning van jaarlijks 0,47%.  In de tabel van het stabiliteitsprogramma die aan Europa bezorgd wordt, worden de structurele inspanning en de verbetering van het wegvallen van de niet-structurele uitgaven in de strijd tegen het coronavirus of de oorlog in Oekraïne wel bij elkaar opgeteld. Hierdoor is er dus in 2023 sowieso een forse verbetering van het vorderingensaldo ten opzichte van 2022 vanwege het wegvallen van de tijdelijke corona-uitgaven en uitgaven voor Oekraïne. 

Staatsschuld 

Zoals gezegd, is de belangrijkste reden waarom er inspanningen moeten gebeuren, het beheersbaar houden van de staatsschuld. Algemeen wordt er gesteld dat 120% van het BBP een drempelwaarde is voor de staatsschuld. Staatssecretaris De Bleeker wil alles op alles zetten om te voorkomen dat onze staatsschuld die drempel zou overschrijden en de rentelasten op de staatsschuld zouden ontsporen.  

Met de inspanning die de federale overheid zal leveren, en indien de regio’s het voorgestelde traject van de federale overheid aanhouden, zal men daar volgens de prognoses ook in slagen. De staatsschuld zal in 2025 zo’n 110,1% van het BBP bedragen. 

Verantwoordelijkheid nemen in bijzonder moeilijke omstandigheden 

Corona en Oekraïne hakt zwaar in op de overheidsfinanciën, die al in moeilijke omstandigheden verkeerden na de val van de regering Michel eind 2018. Hoewel de Europese Commissie de “general escape clause” nog van toepassing is in 2022, is er nog geen standpunt ingenomen voor 2023. De federale regering nam bij haar aantreden het initiatief haar structureel tekort terug te dringen in lijn met het regeerakkoord. Die lijn werd verdergezet bij de begrotingsopmaak 2022. Staatssecretaris De Bleeker zal ook bij komende begrotingsopmaken het regeerakkoord als uitgangspunt blijven nemen. Dat is absoluut nodig om de staatsschuld beheersbaar te houden en ervoor te zorgen dat ons land de uitdaging van de vergrijzing kan aangaan. De federale overheid zal vanavond een stabiliteitsprogramma indienen bij de Europese Commissie dat bijkomende belangrijke stappen zet in die richting.  Niettegenstaande dat dit al inspanningen vraagt, zal er zoals afgesproken bij elke begrotingscontrole gekeken worden of een nog grotere inspanning mogelijk is.

Staatssecretaris De Bleeker: ”Corona heeft hard ingehakt op de overheidsfinanciën. We hoopten allemaal dat we gespaard zouden blijven van nieuwe crisissen. De oorlog in Oekraïne heeft die hoop getemperd. We zullen ook in deze nieuwe crisis onze burgers en bedrijven moeten beschermen. We nemen onze verantwoordelijkheid hier, in Europa en zelfs daarbuiten. Deze moeilijke omstandigheden zijn echter geen vrijgeleide om maar op te doen. Er zijn in dit land problemen die reed voor Corona en Oekraïne bestonden. We moeten die aanpakken. Dat zal ons land sterker maken, nu en bij volgende crisissen. Daarom is het cruciaal dat we het afgesproken traject aanhouden en elke begrotingsopmaak kijken hoe we extra inspanningen kunnen doen.”